Artikel 3 - Algemene uitgangspunten

Aan deze Gedragscode liggen de volgende uitgangspunten ten grondslag:

  1. Voorkoming van ongewenste beïnvloeding
    Interactie tussen leveranciers en zorgprofessionals mag geen elementen of prikkels bevatten die er toe kunnen leiden dat beslissingen met betrekking tot (gebruik of aanschaf van) medische hulpmiddelen worden genomen op andere dan zorginhoudelijke, rationele en/of integere gronden. Beslissingen mogen niet worden beïnvloed door bijv. bovenmatige of ongepaste voordelen of door onjuiste of misleidende reclame.

  2. Gerechtvaardigde grondslag en redelijkheid
    Interacties tussen leveranciers en zorgprofessionals dienen een gerechtvaardigde grondslag te kennen en betalingen en eventuele andere op geld waardeerbare voordelen dienen redelijk en evenredig te zijn.

  3. Documentatie
    Interacties tussen leveranciers en zorgprofessionals dienen aantoonbaar en inzichtelijk te zijn door schriftelijke vastlegging.

  4. Transparantie
    Interacties tussen leveranciers en zorgprofessionals dienen transparant te zijn, hetgeen onder meer met zich meebrengt dat bepaalde interacties vooraf moeten worden gemeld aan de zorginstelling/werkgever. Voor dienstverlenings- en sponsorovereenkomsten in de zin van artikel 13 resp. artikel 15 moet voorafgaande toestemming worden gegeven. Instellingen dragen er voor zorg deze overeenkomsten worden geadministreerd.
    Daarnaast kan het voor een patiënt van belang na te gaan of er bepaalde interacties bestaan tussen een leverancier en een zorgprofessional. Daarom zijn er regels voor verplichte vermelding in het Transparantieregister Zorg. 





TOELICHTING

Artikel 3 bevat de algemene uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de Gedragscode: onafhankelijkheid, proportionaliteit, vastlegging en transparantie. Deze algemene uitgangspunten worden voor diverse vormen van interacties concreet uitgewerkt in de artikelen 5 e.v. van de Gedragscode.|

Het uitgangspunt dat interacties transparant moeten zijn (artikel 3 sub d.) kan onwenselijke interacties voorkomen. Dit vereiste is op meerdere plaatsen in de Gedragscode nader uitgewerkt

Allereerst geldt voor een groot aantal interacties de verplichting om deze schriftelijk vast te leggen. Ook zijn op meerdere plaatsen in de Gedragscode verplichtingen opgenomen met betrekking tot interne transparantie. Interne transparantie is erop gericht om binnen de organisaties en/of samenwerkingsverbanden waarin zorgprofessionals werkzaam zijn meer inzicht te creëren met betrekking tot interacties. Zo geldt voor bepaalde interacties een interne meldingsplicht. Dit betekent dat afspraken over de betreffende interactie door de zorgprofessional worden gemeld aan de werkgever of de raad van bestuur van de instelling waar hij werkzaam is (zie artikel 9 lid 3, artikel 10 lid 3, artikel 11 lid 3 over bijeenkomsten). Voor bepaalde andere interacties geldt een interne goedkeuringsplicht. In deze gevallen geldt dat de schriftelijke afspraken over de betreffende interactie voorafgaand door de werkgever of de raad van bestuur van de instelling worden goedgekeurd (zie artikel 13 lid 7 over dienstverlening en artikel 15 lid 5 over sponsoring). Deze interne meldings- en goedkeuringsplicht geldt niet alleen voor zorgprofessionals die in loondienst zijn, maar ook voor zorgprofessionals die op andere basis werkzaam zijn, bijv. als vrijgevestigde medisch specialist op basis van een toelatingsovereenkomst. Zie A13.03.

De principes van goed bestuur zoals deze zijn verankerd in de Governancecode zorg brengen mee dat in de relatie tussen de raad van bestuur en medische staf resp. het Medisch Specialistisch Bedrijf afspraken worden gemaakt over de toestemmingsvereiste. Uit het principe van transparantie vloeit voort dat de dienstverlenings- en sponsorovereenkomsten (die vallen onder de Gedragscode) binnen zorginstellingen worden geadministreerd. Op bestuurders van instellingen rust derhalve de verplichting er voor zorg te dragen dat alle dienstverlenings- en sponsorovereenkomsten die overeenkomstig artikel 13 respectievelijk artikel 15 zijn goedgekeurd en afgesloten, worden geadministreerd.

De Gedragscode bevat daarnaast bepalingen over externe transparantie. Externe transparantie is erop gericht om derden, waaronder de patiënt, in de gelegenheid te stellen na te gaan of er bepaalde interacties bestaan tussen een zorgprofessional en leveranciers van medische hulpmiddelen. Door verplicht te stellen dat bepaalde interacties in het publiek toegankelijke Transparantieregister Zorg worden opgenomen, kunnen patiënten en andere geïnteresseerden binnen bepaalde kaders verifiëren of, en zo ja, welke financiële relaties bestaan tussen een zorgprofessional en leveranciers van bepaalde medische hulpmiddelen.